HOME  |  In de gemeente  |  Coronavirus  |  Beoordelingskader ondersteuningsverzoeken verenigingen en culturele instellingen

Beoordelingskader ondersteuningsverzoeken verenigingen en culturele instellingen (28-05-2020)

Op 26 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouder een besluit genomen over de manier waarop landelijk, maar ook via de gemeente (financiële) steun kan worden gegeven aan financiële noodkreten van bedrijven en burgers als gevolg van de coronacrisis.

Hierover staat in het collegeadvies en de daarbij behorende openbare raadsmededeling het volgende vermeld:
“Verenigingen, buurthuizen en culturele instellingen met eigen kantine en horeca lopen inkomsten en entreegelden mis, omdat accommodaties gesloten zijn. Deze inkomsten vormen een belangrijk deel van de exploitatie. Gelet op de onderlinge diversiteit zal hier bij grote problemen gezocht worden naar maatwerkoplossingen.”

Om nader te bepalen welke sociaal maatschappelijke en culturele verenigingen en organisaties zich voor (financiële) steun tot de gemeente kunnen richten en om eventuele verzoeken hiertoe goed te kunnen beoordelen is er, net als recent ook voor de gemeenschapshuizen is bepaald, behoefte aan een nadere verduidelijking/inkadering van het betreffende onderdeel van het gemeentelijke ondersteuningspakket.

Hoe als gemeente om te gaan met verzoeken van sociaal-maatschappelijke en culturele verenigingen en organisaties om gemeentelijke steun bij grote financiële problemen vanwege de coronacrisis?

Hierbij spelen de volgende aspecten een rol:

1. Voor welke ‘verenigingen en culturele instellingen’ wil het college nu de mogelijkheid tot gemeentelijke financiële steun feitelijk open stellen? Hoe kan de doelgroep voor dit onderdeel van het gemeentelijk ondersteuningspakket nader ingekaderd worden?

Op basis van met name de toelichting in de openbare raadsmededeling dient deze doelgroep van ‘verenigingen en culturele instellingen’ in principe aan de volgende criteria te voldoen:

  • Het gaat om (lokaal gevestigde of in hoofdzaak lokaal actieve) sociaal-maatschappelijk, sportief en cultureel relevante organisaties, wat in principe kan blijken uit een reeds bestaande (structurele) subsidierelatie met de gemeente en/of de statutaire doelstelling onder een inschrijving bij de KvK;
  • Het betreft met name de organisaties, die een accommodatie in eigendom hebben, dan wel huren, en deze accommodatie in zijn geheel of voor een wezenlijk deel in hoofdzaak zelfstandig gebruiken/beheren;
  • De financiële noodsituatie, waarvoor gemeentelijke steun wordt gevraagd, moet dermate ernstig zijn dat het voortbestaan van de organisatie, ondanks de reeds toegekende gemeentelijke subsidiegelden en eventueel reeds toegekende steun op basis van bestaande maatregelen in verband met de coronacrisis, acuut in gevaar komt c.q. dreigt te komen;
  • De financiële problemen moeten aantoonbaar veroorzaakt zijn/worden door de landelijke maatregelen vanwege het coronavirus. M.a.w. aangetoond moet kunnen worden dat de organisatie vóór het uitbreken van het coronavirus voldoende financieel gezond was;
  • De wegvallende inkomsten moeten een directe relatie hebben met de (statutaire) maatschappelijke doelstelling en geen commerciële oorsprong hebben.
     

2. Welke stappen moeten de betreffende organisaties genomen hebben, voordat ze een onderbouwd verzoek tot gemeentelijke (maatwerk)steun in kunnen dienen?

  • Allereerst wordt de betreffende organisatie geacht voldoende onderzoek gedaan te hebben naar voorliggende formele landelijke, provinciale, regionale of lokale regelingen, die in het leven geroepen zijn in verband met het coronavirus en hiervan, indien mogelijk, gebruik te maken. Men kan zich hierbij laten ondersteunen c.q. informeren door bijv. een (nationale) bond, een provinciale ondersteuningsorganisatie of de lokale talentverbinder bij Figulus Welzijn of de gemeentelijk beleidsmedewerker, waarmee men normaal gesproken op het betreffende beleidsterrein contact heeft;
  • Van de organisatie wordt verwacht dat men een aantoonbare proactieve houding aan heeft genomen in het zoeken naar en realiseren van alternatieve bronnen van inkomsten om financiële problemen te voorkomen;
  • Indien het een accommodatie betreft die in eigendom is van de vereniging/stichting zelf wordt van de organisatie verwacht dat men voor de eventuele hypotheeklasten bij de hypotheekverstrekkende instelling vraagt minimaal om opschorting (en zo mogelijk tijdelijke kwijtschelding) van betaling van rente en aflossing. Dit geldt evenzeer voor andere eventueel uitstaande leningen;
  • Indien men de accommodatie huurt van een andere eigenaar (bijv. de gemeente, een woningcorporatie of een andere externe partij), wordt verwacht dat het bestuur een aanvraag doet bij de verhuurder tot minimaal opschorting (en zo mogelijk tijdelijke kwijtschelding) van betaling van de huurpenningen;
  • Overeenkomstig de besluitvorming van uw college kan de betreffende organisatie als eigenaar en/of gebruiker van de accommodatie een verzoek indienen tot uitstel van betaling van OZB/afvalstoffenheffing;
  • Indien de organisatie als eigenaar/gebruiker het horecagedeelte commercieel verpacht heeft, wordt zij geacht deze pacht te blijven innen en dient de pachter zich te richten tot de financiële landelijke tegemoetkomingsregelingen voor ondernemingen (NOW, TOGS) of, indien dit een zzp-constructie betreft tot de gemeente voor een tegemoetkoming op basis van de TOZO-regeling;
  • Indien er sprake is van zelfstandig beheer van de betreffende accommodatie en men in de aanvraag om steun inkomstenderving uit huur en/of baromzet opvoert, dient duidelijk inzichtelijk te worden gemaakt of deze inkomstenderving voortvloeit uit het niet doorgaan van een sociaal-maatschappelijke activiteit (overeenkomstig de statutaire doelstelling van de organisatie) of een als commercieel aan te merken activiteit/evenement. Gederfde huur- of baromzet-inkomsten uit commerciële activiteiten worden in principe uitgesloten bij de bepaling van gemeentelijke financiële steun.
  • Indien er sprake is van ledencontributie, blijft men deze innen;
  • De (uitbetaling van de) voor het jaar 2020 verleende subsidie loopt ongewijzigd door, ook als de gesubsidieerde activiteiten vanwege de coronamaatregelen niet uitgevoerd kunnen worden. Wel wordt verwacht dat er zoveel mogelijk wordt getracht, gedurende de periode van de coronamaatregelen binnen de richtlijnen van het RIVM, de doelstellingen van de oorspronkelijke activiteiten met alternatieven alsnog zo goed mogelijk te realiseren. Hierop wordt in principe achteraf niet afgerekend.
  • Indien het gemeentelijk subsidie in termijnen bij voorschot wordt uitbetaald, kan een verzoek worden gedaan één of meerdere nog te betalen termijnen eerder betaalbaar te stellen. Dit geldt ook voor eventuele andere subsidieverstrekkers. De naar voren te halen termijn betreft hooguit het eerstvolgende kwartaal (dus uiterlijk de periode tot eind september 2020);
  • Als de organisatie voor een project/activiteit een incidenteel subsidie heeft ontvangen, en dit project/deze activiteit kan niet binnen de gestelde termijn of in zijn geheel geen doorgang vinden, wordt niet onmiddellijk tot subsidieterugvordering over gegaan. In overleg kunnen voor deze subsidiebesteding afspraken gemaakt worden over doorgang in een latere periode of inzet van dit subsidiebedrag voor een eventueel acceptabel alternatief. Eventueel reeds gemaakte onkosten voor de geannuleerde activiteit mogen dan in de uiteindelijke subsidieafrekening meegenomen worden.

3. Waaruit moet een verzoek tot gemeentelijke (maatwerk)steun minimaal bestaan?

  • Een onderbouwing, waarom men als organisatie denkt te voldoen aan de onder punt 1 genoemde criteria (o.m. het omschrijven wat de gevolgen zijn als er geen gemeentelijke steun zou worden verstrekt (gerelateerd aan de statutaire doelstelling));
  • In een eventueel verzoek om een gemeentelijke maatwerkoplossing wordt gemotiveerd aangegeven welke voorliggende (landelijke, provinciale, regionale of lokale) regelingen in verband met de coronacrisis men heeft onderzocht, waarop men een beroep heeft gedaan, wat hiervan het resultaat is geweest en waarom deze voorliggende voorzieningen onvoldoende soelaas hebben geboden;
  • Een omschrijving van welke andere genoemde mogelijke voorliggende stappen (onder punt 3 genoemd) men gezet heeft, waarom dit bij afwijzing (of na toekenning toch nog) onvoldoende soelaas heeft geboden of aan te geven waarom men hiervan heeft afgezien;
  • Op welke wijze men proactief getracht heeft nog andere alternatieve inkomstenbronnen aan te boren en wat hiervan het resultaat is geweest;
  • In welke vorm gemeentelijke steun wordt gevraagd;
  • In welke omvang gemeentelijke (financiële) steun wordt gevraagd;
  • Voor welke periode gemeentelijke steun wordt gevraagd (evt. afhankelijk van de looptijd van de landelijke maatregelen);
  • Met betrekking tot de onderdelen e, f en g (vorm, omvang en periode van steun) zal er in beginsel door de gemeente zoveel mogelijk gekeken worden naar vormen van financiële tegemoetkomingen, waarmee de aanvrager de periode van maatregelen vanwege het coronavirus kan overbruggen, maar die in opvolgende betere tijden mogelijk ook weer teruggevorderd kunnen worden (een soort van overbruggingskrediet);
  • Een onderbouwing met relevante financiële gegevens (zoals bijv. een liquiditeits- en reserveoverzicht (balans), een exploitatieoverzicht van (variabele en vaste) inkomsten en uitgaven van de periode voor (bijv. laatste 2 jaarrekeningen) en na de coronamaatregelen, een overzicht van inkomstenderving, etc.
  • Indien deze inkomstenderving bestaat uit wegvallende huur en/of baromzet, dient deze per gecancelde activiteit inzichtelijk te worden gemaakt, waarbij duidelijk wordt aangegeven of het hier een sociaal-maatschappelijke c.q. culturele activiteit, dan wel een commerciële activiteit betreft.

Op basis van al de bovengenoemde gegevens kan het college bepalen of gemeentelijke steun noodzakelijk wordt geacht, en zo ja in welke vorm en omvang, op basis van maatwerk, deze steun dan zal worden verleend.

4. Looptijd beoordelingskader

De mogelijkheid om op basis van dit beoordelingskader een verzoek tot gemeentelijke (financiële) steun in de vorm van een maatwerkmaatregel bij de gemeente in te dienen betreft in eerste instantie de periode tot 1 september 2020. Het college zal, afhankelijk van de landelijke coronamaatregelen, beoordelen of voortzetting van deze regeling ook na 1 september 2020 wenselijk is.

Bezoekadres

Hofstraat 8
7121 DM Aalten

Postadres

Postbus 119
7120 AC Aalten

T: (0543) 49 33 33
E: gemeente@aalten.nl

Openingstijden

Contactinformatie