4 mei: dodenherdenking

Op 4 mei herdenken we de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en de slachtoffers van oorlogssituaties en vredesoperaties waarbij Nederland betrokken was na de Tweede Wereldoorlog. U bent van harte welkom bij herdenkingsbijeenkomsten in Aalten, Dinxperlo en Bredevoort.

Toespraak Dodenherdenking Aalten 4 mei 2026

De geschiedenis begrijpen, dat is het jaarthema dat het landelijke 4 en 5 mei comité aanreikt voor de herdenking van vandaag. De geschiedenis begrijpen, dat is nogal wat. Kunnen wij de geschiedenis begrijpen? En zeker deze geschiedenis, de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, de geschiedenis van de Holocaust. Om de geschiedenis te begrijpen zal je eerst kennis moeten vergaren en die laten bezinken. We gedenken al 81 jaar die oorlog en de kennis over wat er gebeurd is voor, tijdens en na de oorlog is in die jaren enorm toegenomen. En als gevolg daarvan denken we nu anders over de oorlog en gedenken we dus ook heel anders dan tachtig jaar geleden. Maar begrijpen we meer en/of beter dan toen? 

In eerste instantie werden vooral de omgekomen verzetsmensen herdacht, zij hadden onze moraliteit en eer hoog gehouden in een immorele tijd waarin weinig eer te behalen viel. Later werd de aandacht meer gericht op de daders, de plegers van onrecht, mede onder invloed van de processen tegen hen en de opsporing van voortvluchtigen. Pas in de jaren zestig kwam er langzamerhand aandacht voor de slachtoffers. Eerst de Joodse medeburgers die onder onze ogen werden buitengesloten, kaalgeplukt, samengedreven, weggevoerd en vermoord. Later nog de Roma en Sinti, de homoseksuele medemensen en de paar honderdduizend dwangarbeiders. Die dwangarbeiders waren een ingewikkelde groep, ze hadden immers gewerkt voor de vijand en in het begin werden ze vooral doodgezwegen. Niet voor niets duurde het tachtig jaar voordat er een monument kwam voor de 50.000 mannen die bij de Razzia van Rotterdam werden opgepakt en weggevoerd, onder andere naar Suderwick. Ook aan de paar honderdduizend medemensen die uit overtuiging of uit winstbejag meewerkten met de bezetter, de collaborateurs, werd pas vrij laat aandacht besteed. Het beeld van een Nederland vol slachtoffers en verzetshelden kantelde daarmee in de loop der jaren. Behalve wit was er ook veel zwart zo moesten we constateren. En misschien nog wel veel meer grijs. 

De laatste jaren is er veel geschreven over de betrokkenheid van de overheid zelf bij de onderdrukking en vervolging. De regering had de ambtelijke top al voor de oorlog opgedragen om zo veel mogelijk op hun post te blijven en zo het maatschappelijke leven voortgang te laten vinden. En dat lukte in het begin best aardig maar dat begon steeds meer te knellen toen de vervolging en onderdrukking toenam. Maar toen was er nauwelijks meer ruimte voor echt massaal verzet. 

Om het naar onze tijd toe te halen, wat doe je als je ambtenaar bent in Oekraïne en een deel van je land geannexeerd wordt door een gewelddadige bezetter? Blijf je op je post, of neem je ontslag, blijf je in je land of vlucht je? Met of zonder familie? Om de geschiedenis te begrijpen moet je de omstandigheden kennen waaronder mensen toen keuzes moesten maken. Velen wisten niet wat goed, wijs en haalbaar was of deinsden terug voor de risico’s. Zonder kennis oordelen doet mensen geen recht. Terughoudendheid lijkt mij dus geboden.

De geschiedenis begrijpen is ook een voorwaarde om er van te leren. Had de oorlog voorkomen kunnen worden? Wat waren de voortekenen van de oorlog? Welke signalen waren er en waarom drongen die maar weinig door tot het collectieve bewustzijn laat staan dat er echt stelling genomen werd, uitzonderingen daargelaten? 

Al in 1935 analyseerde de toen populaire en internationaal gerespecteerde historicus Johan Huizinga zijn eigen tijd. In zijn essay In de schaduw van morgen schrijft: “We zien voor ogen hoe bijna alle dingen die eens vast en heilig leken wankel zijn geworden: waarheid en menselijkheid, rede en recht.”  Vijf jaar voor de oorlog ontleedt hij de de cultuur en de publieke opinie tijdens de verschrikkelijke crisisjaren en de opkomst van nationalisme, populisme, communisme, fascisme en nazisme. Als partij, volk of natie het hoogste goed worden en recht en moraal daarvoor moeten wijken dan moet dat wel op oorlog uitlopen, legt hij uit. En toch had de westerse wereld geen antwoord op het geweld en de terreur van de Nazi’s. En toch voelden vele gewone mensen zich overvallen door wat hen overkwam. Zijn wij anders? Hebben wij een antwoord op de oorlogsretoriek van dit moment, op nationalistische grootheidswaan, op vreemdelingenhaat?

Het begrijpen van de geschiedenis omvat ook de verwerking van de oorlog. Hoe zijn we met het leed en onrecht bij die slachtoffers en daders omgegaan? Hoe zijn we omgegaan met onze bevrijders en ook met het geweld waarmee die bevrijding gepaard ging? Denk aan de niets en niemand ontziende bombardementen op Duitse steden zoals Dresden en Bocholt? Hoe zijn we met Duitsland en de Duitsers omgegaan na de oorlog en hoe gaan we nu met hun verleden om? Zijn Duitsers ondertussen welkom op 4 mei om het onmetelijke onrecht van die tijd samen met ons te gedenken? Of houden we ze liever op afstand en kijken we toch nog steeds een beetje op ze neer?

Een week geleden overleed Edith Eger op 98-jarige leeftijd. Als jonge jodin overleefde ze ternauwernood een verblijf in Auschwitz, meer dood dan levend vonden Amerikaanse soldaten haar bij de bevrijding. Kamparts Mengele vroeg haar te dansen voor hem en zo verkreeg ze de bijnaam de ballerina van Auschwitz. Ze kwam beschadigd en verweesd uit de oorlog maar ging op zeker moment psychologie studeren om zichzelf en anderen te begrijpen en te helpen. In haar boek De keuze, geschreven op haar negentigste, beschrijft ze haar jarenlange  genezingsproces. Ze gaat de confrontatie aan met de geschiedenis, ook haar eigen geschiedenis van verlies en onrecht. 

Elk mens en elke gemeenschap heeft een keuze hoe om te gaan met onrecht dat is overkomen of aangedaan, stelt ze. Loslaten en in meer of mindere mate vergeven of de rest van je leven je te laten beheersen door dat onrecht en de plegers daarvan. Aan ons allen de keuze tussen leven in vrijheid of gegijzeld blijven door ons verleden. 

“Ik heb nooit toegestaan dat de vijand mijn geest vermoordde”, aldus Edith Eger. Onze geschiedenis doorleven , begrijpen en ervan leren, Edith Eger deed het. En u?